Verbeteren waterkwaliteit en waternatuur
De waterkwaliteit is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Dit komt onder andere door het saneren van riooloverstorten en een sterke verbetering van het rivierwater. We zien hierdoor op sommige plaatsen helder water terugkomen, en meer planten- en vissoorten. Uit evaluaties van het Planbureau voor Leefomgeving (PBL) en de Europese Commissie blijkt dat Nederland, en ook ons werkgebied, een slechtere waterkwaliteit heeft dan de rest van Europa. Er ligt dan ook nog een grote opgave om de waterkwaliteit te verbeteren.
Deze opgave wordt onder andere vormgegeven in de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Doelen Regulier Water (DRW).
Voortgang speerpunt
Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die de lidstaten verplicht om te zorgen voor een goede kwaliteit van al hun water, zowel grondwater als oppervlaktewater. De lidstaten rapporteren aan de Europese Unie op basis van de zogenoemde KRW-waterlichamen. Elke 6 jaar wordt er per stroomgebied een stroomgebied-beheerplan (SGBP) gemaakt met doelen en maatregelen per KRW-waterlichaam.
Ondanks dat we hard werken aan het verbeteren van de waterkwaliteit voldoet op dit moment geen van de waterlichamen aan de 100% goed. Dit komt door het one-out-all-out principe dat wordt toegepast. Hieronder in het figuur is wel voor de losse afzonderlijke parameters te zien hoe het er bij ons waterschap op dit moment voor staat.
Wij zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregelen die zijn voorgesteld in het SGBP3. Hieronder is weergegeven hoe we er eind 2025 voor staan met het uitvoeren van de maatregelen. We liggen goed op schema met het uitvoeren van de maatregelen. Een van de maatregelen, het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, wordt zelfs uitgebreid ten opzichte van het initiële plan.
Het doel is om voor het eind van de derde planperiode (eind 2027) de maatregelen allemaal uitgevoerd te hebben en de verwachting is dat dit ook gaat lukken. Op dit moment zien we dat 57% van de maatregelen al is gerealiseerd, 29% is in uitvoering en 15% hebben we in planvoorbereiding. 1% van de maatregelen is ingetrokken. Dit betrof een baggermaatregel waar minder bagger aanwezig was dan van te voren werd verwacht.
Voortgang maatregelen uit het Stroomgebiedsbeheerplan
| Voortgang maatregelen SGBP-3 tot eind 2025 | Niet gestart |
Plan voorbe-reiding |
Uitvoe-ring | Gerea-liseerd | Gefa-seerd |
Ver van-gen |
Inge-trok- ken |
| Aanleg nvo | 0% | 68% | 0% | 59% | 0% | 0% | 0% |
| Afleiden van de zoetwaterstroom Oudeland van Strijen | 0% | 100% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
| Baggeren ten behoeve van de waterkwaliteit | 0% | 30% | 31% | 29% | 0% | 0% | 12% |
| Bladvissen | 0% | 0% | 0% | 100% | 0% | 0% | 0% |
| Maatregelen Binnenbedijkte Maas (Anthoniepolder) | 0% | 0% | 0% | 100% | 0% | 0% | 0% |
| Opstellen Beheer en Onderhoudsplan | 0% | 0% | 29% | 71% | 0% | 0% | 0% |
| Optimalisatie gemalen Puttershoek en Boezemvliet | 0% | 0% | 0% | 100% | 0% | 0% | 0% |
| Optimalisatie inlaatvoorziening Piershil voor verbetering doorspoeling | 0% | 0% | 50% | 50% | 0% | 0% | 0% |
| Optimalisatie verblijftijd | 0% | 0% | 67% | 33% | 0% | 0% | 0% |
| Plantraject Zuiderdiepvisie | 0% | 0% | 100% | 0% | 0% | 0% | 0% |
| Project Waterkraan realiseren | 0% | 0% | 50% | 50% | 0% | 0% | 0% |
| Vervolgtraject 'verbeteren situatie waterplanten Goeree-Overflakkee' | 0% | 0% | 0% | 100% | 0% | 0% | 0% |
| Wijziging peilbeheer | 0% | 0% | 50% | 50% | 0% | 0% | 0% |
Ecologische toestand waterlichamen
Uit de meest recente evaluaties blijkt dat de ecologische kwaliteit van veel waterlichamen nog niet voldoet aan de gestelde streefwaarden. Vooral waterplanten blijven achter (slechts 19% van de waterplanten voldoet aan het aangepaste doel), terwijl de nutriëntenconcentraties over het algemeen veel beter scoren (91 % voldoet). Hierbij geldt dat het voldoende is wanneer één van de nutriënten aan de norm voldoet (one-in-all-in).
Voor de waterlichamen zijn de parameters aangepast naar een betere weergave van de werkelijkheid. Dit leidt op papier tot betere beoordelingen, maar weerspiegelt niet persé een daadwerkelijke verbetering van de ecologische situatie.
- Macrofauna: stijging van 23% naar 44% binnen de categorie ‘goed’.
- Waterplanten: stijging van 2% naar 19% binnen de categorie ‘goed’, terwijl het aandeel ‘slecht’ afnam van 28% naar 16%.
Als we kijken naar de trends dan valt op dat:
- Waterplanten: in meer waterlichamen is verslechterd
- Macrofauna: in meer waterlichamen is verbeterd
- Visstand: geen significante verandering is waar te nemen;
- Fytoplankton: Na een duidelijke verbetering in vorige jaren er in 2024 geen trend waarneembaar is
In geen enkel waterlichaam wordt echter aan alle ecologische parameters voldaan. Daarbij is het belangrijk om op te merken dat niet alle ecologische parameters jaarlijks worden gemeten. Vergelijkingen zijn daarom gebaseerd op de meest recente, betrouwbare metingen.
Waterplanten spelen een cruciale rol in verkrijgen van goede ecologische waterkwaliteit. De geconstateerde verslechtering van deze groep vraagt om nauwgezette monitoring en aanpassing van beheermaatregelen.
Het behouden van meer oever- en waterplanten kan de ecologische toestand van waterlichamen aanzienlijk verbeteren. Daarnaast zorgt het voor meer biodiversiteit en kan het waterschap makkelijker voldoen aan de eisen die zijn gesteld volgens de Gedragscode voor waterschappen over bestendig beheer.
De fosforconcentraties is stabiel. De toename van stikstofconcentraties tussen 2020 en 2024 is niet waargenomen in 2025. In 2025 voldeed 88% aan dit doel. Deze verbetering wordt mogelijk veroorzaakt doordat 2025 veel droger is geweest dan 2024.
Op weg naar schoner water: aanpak van normoverschrijdende stoffen
Een goede waterkwaliteit is essentieel voor een gezond ecosysteem. Binnen de Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt de kwaliteit van het water beoordeeld aan de hand van diverse stoffen, zoals metalen, gewasbeschermingsmiddelen en industriële stoffen. Hierbij geldt het principe van ‘one-out-all-out’: wanneer één stof boven de norm uitkomt, voldoet het hele waterlichaam niet aan de richtlijnen. Voor dertig stoffen, waaronder zeer persisterende stoffen zoals PFAS en PAK’s, werden normoverschrijdingen vastgesteld in meerdere waterlichamen. Deze zogenaamde ubiquitaire stoffen zijn extra hardnekkig: ze zijn toxisch, hopen zich op in het milieu en blijven jarenlang aanwezig, zelfs als emissies worden beperkt.
Om de waterkwaliteit te verbeteren, ligt de focus niet alleen op het terugdringen van emissies, maar ook op het verfijnen van het monitoringsproces. Daarnaast dragen praktische maatregelen, zoals het baggeren van vervuild sediment, het verwijderen van oude beschoeiingen en het aanpakken van ammoniumemissies bij aan een betere chemische balans. Ook het stimuleren van natuurlijke oeverbegroeiing en een dynamisch peilbeheer spelen een belangrijke rol bij het versterken van de ecologische draagkracht van waterplanten, die cruciaal zijn voor de zuiverende werking van het watersysteem.
Het behalen van de KRW-doelen in 2027 vraagt om samenwerking op alle niveaus. Ons waterschap werkt al aan aanvullende maatregelen vanuit het landelijke KRW-impulsprogramma. Tegelijkertijd zijn regionale en externe factoren, zoals neerslag en lozingen, belangrijke aandachtspunten. De verwachting is dat de komende jaren een cascade van afgeronde projecten zichtbaar zal worden, wat een positieve impuls geeft aan het ecosysteem. Door een proactieve aanpak van bekende knelpunten en secundaire bronnen, kan de balans in het watersysteem structureel hersteld worden, met schoner en gezonder water als resultaat.
Conclusie: Het terugdringen van normoverschrijdingen vereist niet alleen gerichte maatregelen, maar ook samenwerking en innovatie. Met projecten in uitvoering en intensieve monitoring wordt belangrijke vooruitgang geboekt. Door deze lijn door te zetten en in te spelen op externe factoren, komt het doel van gezonde waterlichamen dichterbij.
Conclusie KRW
We zien dat de waterkwaliteit in geen van de KRW-wateren op dit moment voldoet aan de waterkwaliteitselementen. De verwachting is dat we de KRW-doelstellingen in 2027 niet gaan halen Op dit moment zijn we bezig met het bepalen van het maatregelen pakket voor SGBP (stroomgebiedsplan) 4.
Externe invloeden kunnen ook impact hebben op de waterkwaliteit en daarmee zijn we afhankelijk van vele andere partijen in het verbeteren van de waterkwaliteit. Dit maakt dat wij als waterschap er niet eigenhandig voor kunnen zorgen dat de KRW-wateren uiteindelijk aan de Europese richtlijn voldoen. Er is daarvoor op landelijke en regionale schaal meer benodigd dan alleen de KRW-maatregelen die het waterschap verplicht is uit te voeren.
Regulier water
Voor regulier water zijn in 2021 tussendoelen vastgesteld, gericht op het behouden van de huidige waterkwaliteit. Deze tussendoelen dienden eerder als tussenstation richting de einddoelen voor 2027. Met de komst van de Watervisie 2050 en de Strategie Waterkwaliteit (2025) is echter een lange-termijn ambitie ontwikkeld: biologisch gezond water in 2050. Om hier stapsgewijs naartoe te werken, worden per planperiode doelen afgeleid. In 2025 zijn we gestart met de doelafleiding voor planperiode 2028-2033. Dit iteratieve proces herhaalt zich tot 2050, zodat steeds haalbare doelen worden gesteld om stap voor stap toe te werken naar biologisch gezond water in 2050.
Verbeteren van de visstand
De visstand is een tastbare en aansprekende indicatie voor het ecologische functioneren van het watersysteem. Daarom richt het Waterbeheerprogramma zich in deze planperiode op 3 pijlers:
- Beleid voor visstandbeheer en leefgebied
- Visveiligheid bij gemalen om sterfte te beperken
- Vismigratie via het vismigratieplan.
In 2022 is het visbeleid vastgesteld, inclusief het handelingskader ‘visvriendelijke pompen en gemalen’. Dit vormt de basis voor het visvriendelijk maken van kunstwerken. Daarnaast is een vismigratieplan opgesteld dat functioneert als een uitvoeringsprogramma voor het vismigreerbaar maken van de 5 belangrijkste vismigratieroutes. Sinds 2023 werken we actief aan de uitvoering van beide plannen.
Verbetering leefgebied
Om het leefgebied voor vis te verbeteren hanteren we de peilgebiedsbenadering. Het doel is in elk peilgebied voldoende geschikt habitat te creëren voor een gezond visbestand. Een belangrijke stap daarbij is het in kaart brengen van aanwezige habitat (vegetatie). Daarom hebben we dit jaar met satellietdata de aanwezigheid van watervegetatie per peilgebied in beeld gebracht. Daarnaast hebben we samen met RAVON een verkennend onderzoek uitgevoerd naar potentiële aalreservaten of ook wel ‘palingparadijzen’: gebieden waar paling optimaal kan opgroeien. Dit onderzoek geeft inzicht in geschikte locaties en de maatregelen die nodig zijn om deze reservaten te realiseren.
Daarnaast zijn dit jaar gesprekken gevoerd met hengelsportverenigingen in ons beheergebied om samen te werken aan een gezonde visstand, bijvoorbeeld door inzet van vrijwilligers bij calamiteiten. Deze samenwerking versterkt niet alleen het beheer, maar ook het gezamenlijke gevoel van verantwoordelijkheid voor het leven onder water.
Vismigratie
In onderstaande kaart is te zien welke delen van het gebied momenteel migreerbaar zijn voor vis. Deze delen zijn groen gekleurd. In het oranje is aangegeven welke delen van het beheergebied als doelstelling migreerbaar in 2027 hebben. Hoewel we op verschillende fronten hard werken aan het realiseren van dit plan, is gebleken dat de technische complexiteit aanzienlijk groter is dan bij de totstandkoming van het vismigratieplan in 2022 werd voorzien. De voorbereidingstrajecten vergen meer onderzoek, afstemming en technische uitwerking dan eerder ingeschat. Dit betekent dat we een gedeelte van de doelstelling die voor 2027 stond niet meer zullen gaan halen. 3 van de 5 routes (Zuiderdiep, Cromstrijen en Breeman) lopen vertraging op en zullen in 2027 niet gereed zijn. Op basis van de nieuwste inzichten zal gemaal de Eendragt ook niet gerealiseerd kunnen worden voor 2027 en daarmee loopt ook vismigratieroute Eendragt vertraging op.
Er zijn in 2025 echter wel belangrijke stappen gezet voor de voorbereiding van o.a. deze routes. Zo zijn de voorkeursbeslissingen voor de routes Cromstrijen, Breeman en Gorzeman (deel) en Zuiderdiep op de markt gezet. In 2026 zullen de variantenstudies worden opgeleverd en op basis daarvan bepalen we welke knelpunten als eerste gerealiseerd zullen worden.
Daarnaast zijn er ondanks de vertraging ook successen te vieren. Bij gemaal Oudenhoorn (vismigratieroute Gorzeman) heeft het systeem meer dan 50.000 visdetecties geregistreerd, waaronder doelsoorten zoals paling en riviersoorten. Ook benutten we kansen om extra vispassages te realiseren, zoals bij stuw Ronduitweg (Borrekeen) bij Zuid -Beijerland. En er is merkbare vooruitgang geboekt in de toepassing van visvriendelijke pompen.
Samenvattend werken we langs verschillende lijnen aan het verbeteren van visstand en vismigratie. Het vismigratieplan is in uitvoering en eerste resultaten zijn zichtbaar. Hoewel volledige realisatie langer duurt dan verwacht, blijven we inzetten op het snel vispasseerbaar maken van de routes. Ondertussen liggen we goed op koers met de activiteiten voor visstandbeheer en het verbeteren van het leefgebied.
Een paling die via beelddetectie in de vispassage van gemaal Oudenhoorn is geïdentificeerd